Welk kenmerk hebben sterke werkwoorden in het Duits?

Published by Charlie Davidson on

Welk kenmerk hebben sterke werkwoorden in het Duits?

Een sterk werkwoord is een werkwoord dat in de verleden tijd een klinkerwisseling kent (bijvoorbeeld fahren – fuhr of sehen – sah) en waarvan het voltooid deelwoord (perfekt) eindigt op -en (bijvoorbeeld gefahren, gesehen, gelassen, gesprochen).

Hoe leer je sterke werkwoorden Duits?

Om deze sterke werkwoorden te vervoegen, gebruiken de Duitsers de zogenaamde e/i-Wechsel. Bij sterke werkwoorden met een -e in de stam verandert deze letter in een -i(e). Dit is alleen zo bij de onderwerpen du en er/sie/es/man.

Welke twee vormen veranderen er bij sterke werkwoorden met een e in de stam?

Sterke werkwoorden met een a in de stam krijgen een Umlaut (ä) bij du en er/sie/es. Sterke werkwoorden met een e in de stam krijgen een i of ie: bij du , er/sie/es. enkelvoud gebiedende wijs.

Hoe weet je of een werkwoord sterk of zwak is in het Duits?

In het Duits heb je, net als in het Nederlands, ‘”Sterke'” en ‘”Zwakke'” werkwoorden. Het belangrijkste verschil tussen Sterke en Zwakke werkwoorden is dat bij de Sterke werkwoorden een klinker verandert in de verleden tijd. Bij Zwakke werkwoorden gebeurt dit niet of nauwelijks.

Hoe herken ik een sterk werkwoord?

Bij sterke werkwoorden (in de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) ‘onregelmatige werkwoorden’ genoemd) verandert de klinker in de verleden tijd en eindigt het voltooid deelwoord op -en: lopen – liep – gelopen, wijzen – wees – gewezen, helpen – hielp – geholpen.

Wat is een regelmatig werkwoord in het Duits?

Het eerste werkwoord (wohnen) is geheel regelmatig, de werkwoorden reden (praten) en antworten (antwoorden) hebben een stam die eindigt op -t of -d. Vetgedrukt staan de verschillen weergegeven. Hieruit blijkt dat de du-, er/sie/es- en ihr-vormen een extra -e krijgen indien de stam eindigt op -t of -d.

Wat is een sterk werkwoord voorbeeld?

werkwoord dat bij de vervoeging in de verleden tijd en/of de vorming van het voltooid deelwoord een klinkerwisseling* (soms ook medeklinkerwisseling) vertoont. Voorbeeld: eten – at – gegeten; kopen – kocht – gekocht.

Hoe vervoeg je sterke werkwoorden?

Hoe maak je de persoonsvorm verleden tijd van zwakke werkwoorden?

Als de persoonsvorm van een zwak werkwoord in de verleden tijd staat, dan gebruik je +te(n) of +de(n). Eerst pak je dus de stam (ik-vorm) en daar zet je +te of +de achter. Daarna kijk je of het werkwoord in het meervoud of het enkelvoud staat, bij meervoud zet je er ook nog een ‘n’ achter.

Wat is een zwak werkwoord in het Duits?

Zwakke werkwoorden (‘schwache Verben’) zijn werkwoorden die min of meer regelmatig vervoegd worden. Denk hierbij aan Nederlandse werkwoorden die -te of- de als uitgang in de verleden tijd krijgen (wonen, spelen, koppen) en een voltooid deelwoord op t of d hebben (gewoond, gespeeld, gekopt).

Wat zijn Klankveranderende sterke werkwoorden?

Als je een PV in de verleden tijd zet, verandert bij sommige werkwoorden de klank: Deze werkwoorden noemen we sterke of ook wel klankveranderende werkwoorden. Ezelsbruggetje! Het zijn krachtige werkwoorden: sterk genoeg om van klank te veranderen.

Wat zijn klank vaste werkwoorden?

De sterke werkwoorden veranderen van klank als ze van tijd veranderen. Hieronder vind je enkele voorbeelden van sterke werkwoorden in tegenwoordige tijd (tt), verleden tijd (vt) en als voltooid deelwoord (vd). Een sterk werkwoord is sterk genoeg om van klank te veranderen.

Categories: Blog